Acdc-hardrockband.nl
Home » biografie

biografie

AC/DC Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Ga naar: navigatie, zoeken AC/DC Angus Young (links), Bon Scott (rechts) en Cliff Williams (achterin) in de Ulster Hall, augustus 1979. Achtergrondinformatie Jaren actief 1973 - heden Oorsprong Sydney, NSW, Australië Genre(s) Rock Hardrock Bluesrock Rock-'n-roll Label(s) Albert EMI Columbia Epic Atlantic Atco Elektra East West Andere acts Geordie The Easybeats Leden Leadzanger Brian Johnson Leadgitarist Angus Young Rhythmgitarist Malcolm Young Basgitarist Cliff Williams Drummer Phil Rudd Ex-leden Leadzanger Bon Scott † (1974 - 1980) Drummer Simon Wright (1983 - 1989) Drummer Chris Slade (1989 - 1994) Basgitarist Mark Evans (1975 - 1977) Leadzanger Dave Evans (1973 - 1974) www.acdc.com Allmusic-profiel Portaal Muziek AC/DC is een Australische hardrockband uit Sydney, gevormd in 1973 door de gebroeders Angus en Malcolm Young. Hoewel de band vaak wordt gezien als pionier van heavy metal,[1][2] klasseerden de leden zelf hun muziek altijd als rock-'n-roll.[3] De bezetting van AC/DC is meerdere malen veranderd voor het uitbrengen van hun eerste album, High Voltage, in 1975. Daarna bleef de bezetting enige tijd stabiel totdat de bassist Mark Evans vervangen werd door Cliff Williams in 1977. In 1979 nam de band hun zeer succesvolle album Highway to Hell op. De zanger Bon Scott overleed op 19 februari 1980 door een acute alcoholvergiftiging. De groep dacht er over na om te stoppen, maar snel werd Brian Johnson - die daarvoor de zanger van Geordie was - als vervanger geselecteerd. Later dat jaar werd de bands bestverkochte album, Back in Black, uitgebracht. Het volgende album, For Those About to Rock We Salute You, was ook uiterst succesvol en was het eerste album van AC/DC dat de nummer één-positie in de Verenigde Staten bereikte. De populariteit van AC/DC daalde enorm nadat de drummer Phil Rudd vervangen werd door Simon Wright in 1983. Phil Rudd keerde in 1994 terug bij de band, nadat Chris Slade gevraagd werd om te vertrekken, om mee te werken aan het album Ballbreaker uit 1995. Vijf jaar later kwam het album Stiff Upper Lip uit en werd door critici overwegend positief beoordeeld. Black Ice is het meest recente album en kwam uit op 20 oktober 2008.[4] AC/DC heeft wereldwijd meer dan 200 miljoen albums verkocht,[5] waarvan 71 miljoen albums in de Verenigde Staten.[6] Back in Black is met 45 miljoen exemplaren het op één na meestverkochte album wereldwijd.[7] AC/DC staat op de vierde plaats van de lijst "100 Greatest Artists of Hard Rock" van VH1,[8] en op de zevende plaats van de lijst "Greatest Heavy Metal Band of All Time" van MTV.[9] In 2004 bracht Rolling Stone Magazine de lijst van "The 100 Greatest Artists of All Time" uit met AC/DC op de 72ste plaats.
Geschiedenis Beginperiode AC/DC werd in 1973 in Sydney geformeerd door Malcolm Young. Deze gitarist, afkomstig uit een Schotse muzikale emigrantenfamilie, wilde een nieuwe rockband beginnen na in enkele bandjes gespeeld te hebben. Hij vond na een advertentie enkele muzikanten: Larry van Kriedt op bas, Colin Burgess op drums en zanger Dave Evans en vroeg zijn jongere broer Angus Young om gitaar bij de band te komen spelen. De naam "AC/DC", wat staat voor alternating current/direct current (wisselstroom respectievelijk gelijkstroom), is bedacht door de zus van Angus en Malcolm, Margaret, die het gelezen had op een elektrisch toestel (volgens de ene bron was het haar stofzuiger, volgens een andere haar naaimachine). AC/DC is ook slang voor biseksualiteit, maar staat verder los van de band AC/DC. Het eerste concert werd gegeven op 31 december 1973 in de Chequers Club in Sydney. De groep speelde veel covers maar ook eigen songs, waaronder Can I Sit Next to You Girl en Rockin' in the Parlour. Deze songs werden in februari 1974 in de studio op plaat gezet. Op het moment van die opname waren Burgess en Van Kriedt al vervangen door bassist Neil Smith en drummer Noel Taylor. Toen de single met die twee songs in juli 1974 uitkwam trad de groep op tv in de Last Picture Show op. In dat tv-optreden waren Rob Bailey op bas en Peter Clack op drums te zien, die dus niet bij de opname van de single betrokken waren geweest. De band wisselde in die periode zo vaak van bezetting dat Malcolm noodgedwongen soms bas speelde en de band diverse muzikanten de revue zag passeren. Evans werd door de broers Young te 'glam' gevonden en hij werd dan ook ontslagen. De toenmalige manager van de band, Dennis Laughlin, viel toen enkele keren in als zanger(!). Het producersduo Harry Vanda/George Young (de oudere broer van Malcolm en Angus), dat in de jaren 60 succes gekend had als leden van The Easybeats, zag wel wat in de band en nam ze onder contract. Voor de band werkte een chauffeur: Bon Scott, die inmiddels wist dat de band een nieuwe zanger zocht. Na een auditie werd hij aangenomen. Hoewel hij bijna tien jaar ouder was dan de rest van de band pasten zijn uitstraling en zang goed bij de groep. Het eerste album werd in het najaar van 1974 opgenomen maar op dat moment bestond de band nog maar uit Bon, Angus en Malcolm. Daarom werd sessiedrummer Tony Kerrante ingehuurd en verzorgde George Young het baswerk op het debuutalbum High Voltage. Begin 1975 had de band pas een vaste bezetting. Met Phil Rudd op drums en Mark Evans op bas werden de zalen in Australië platgespeeld en dankzij Angus' maniakale podiumact (gestoken in kostschooluniform, headbangend, over de grond rollend en zelfs op de nek van Bon het publiek doorkruisend) kregen ze een enorme aanhang en geduchte reputatie. In sommige steden in Australië werd de band geweerd en tijdens optredens braken soms gevechten uit. De eerste albums werden vaak in recordtempo opgenomen, soms in minder dan twee weken en tussen optredens door. Het was in die begintijd heel gebruikelijk twee tot drie keer per dag op te treden. [bewerken] Internationaal Omdat Australië inmiddels aan hun voeten lag toerde de band in 1976 onder andere door Groot-Brittannië en het vasteland van Europa. In 1977 werd het album Let There Be Rock opgenomen, dat net als High Voltage eerst in Australië werd uitgebracht. Deze plaat is duidelijk harder en rauwer dan hun eerste albums; voor het eerst werd namelijk getracht het live-geluid van de groep op vinyl vast te leggen. Het gerucht gaat dat tijdens het opnemen van het titelnummer Angus' versterker in brand vloog en hij gewoon verderspeelde. In datzelfde jaar werd behalve in Europa ook in de VS getourd. O.a. als voorprogramma van KISS deden zij ervaring op met het Amerikaanse publiek. Angus gebruikte tijdens die tournee voor het eerst een snoerloze gitaar. Het signaal van zijn gitaar werd dan via een zender op de hangband van zijn Gibson SG doorgestuurd naar de PA. Angus had deze nieuwigheid nodig om zijn podiumact zonder gevaar uit te voeren. Hij was al eens verstrikt geraakt in het snoer en was ook al een keer onder spanning komen te staan. Met de snoerloze gitaar kreeg hij veel meer bewegingsruimte want het bereik van de zender bedroeg meer dan 100 meter. In de zomer van 1977 werd Evans na een meningsverschil met Angus ontslagen en vervangen door de Brit Cliff Williams. [bewerken] Doorbraak Williams' baswerk was voor het eerst te horen op hun album Powerage, dat in het voorjaar van 1978 uitkwam. Hoewel hits tot dan toe nog niet op hun palmares stonden werd in zomer 1977 hun eerste grote hit Whole Lotta Rosie een feit. Het nummer is in de loop van de tijd uitgegroeid tot een klassieker en nog altijd staat het elk jaar hoog in de top 100 aller tijden. Kort erop werd het nummer Rock 'n' Roll Damnation ook een (kleinere) hit. Na het constante toeren en albums maken werd er besloten een live-album te maken. Dit album, If You Want Blood You've Got It geheten, biedt ook een overzicht van vroege klassiekers als Whole Lotta Rosie, Let There Be Rock en High Voltage. AC/DC kreeg begin 1979 van het duo Vanda/Young het advies met een nieuwe producer te gaan werken. De band vertrok naar Miami om met de befaamde producer Eddie Kramer een nieuwe plaat te maken. De samenwerking met Kramer verliep echter moeizaam. Men besloot in Londen onder leiding van Robert John "Mutt" Lange (die tot dan toe geen ervaring met rockbands had) opnieuw te beginnen. Met Lange werd een compleet nieuwe sound gecreëerd om de Amerikaanse markt open te breken. De achtergrondzang kreeg meer aandacht en de gitaren klonken aanmerkelijk zwaarder. Highway to Hell werd in de zomer van 1979 uitgebracht en dit album zorgde in de VS voor een rel doordat Angus op de hoes hoorns droeg. Religieuze organisaties kochten de plaat massaal om deze te verbranden[bron?]. Op de televisie liet een tegenstander een nummer van AC/DC achterstevoren horen[bron?]. En wat bleek, ze vernamen duivelse teksten. De bandleden werden vaker afgeschilderd als satanisten (AC/DC = "Anti-Christ/Devil's Child(ren)", "After Christ/Devil Comes" or "Anti Christ/Death to Christ"), maar de groep heeft altijd verklaard dat dit niet waar is en ergerde zich aan deze aantijgingen[bron?]. Het titelnummer van de plaat werd een hit en is tot op de dag van vandaag een klassieker in hun setlist. Beweerd wordt dat het nummer tegenwoordig populair op begrafenissen en crematies is, hiervoor zijn echter geen betrouwbare gegevens beschikbaar. De groep toerde in de zomer en het najaar van 1979 opnieuw in de VS en het succes was enorm. Ze speelden in diverse grote stadions, o.a. in Cleveland. op maandag 19 april 2010 is de soundtrack van Iron Man 2 uitgekomen waar AC/DC en Black Sabbath aan hebben meegewerkt